Praat met het slachtoffer
Praat met het slachtoffer. Dit is een grote stap, omdat je meestal niet
weet wat er precies aan de hand is en je iemand niet wilt kwetsen. Of
omdat je iemands ouders/verzorgers goed kent. Juist als je niet zeker
weet of een vriend(in) wordt mishandeld thuis, maar wel een vermoeden
hebt, kun je erover beginnen. Kies een goed moment waarop je je
vriend(in) onder vier ogen kunt spreken. Na school, bij jou thuis of op
een plek waar je wel eens afspreekt. Stel je vragen voorzichtig.
Bijvoorbeeld: Vertel iets wat je thuis heb meegemaakt en vraag dan: ‘Hoe
gaat dat bij jullie?’. ‘Ik zal het wel verkeerd gezien hebben, maar het
leek net of < zeg wat je gezien hebt >...’. Je lijkt zo anders de
laatste tijd. Is er iets?’. Ik heb wel eens ruzie thuis. Kun jij altijd
goed overweg met je ouders?. ‘Kindermishandeling is best vaak in het
nieuws. Kun jij je voorstellen dat ouders zoiets doen?’. ‘Zou jij het
tegen me zeggen als je heel veel problemen hebt thuis?’. ‘Mag jij veel
van je ouders? Of krijg je juist vaak straf?’
Het kan zijn dat je
vermoeden niet klopt, maar dat geeft niet. Baat het niet dan schaadt het
niet. Als er wel sprake is van mishandeling, kun je samen de volgende
stap bespreken. Bijvoorbeeld praten met een vertrouwenspersoon op school
of bel gratis met de Kindertelefoon: 0800-0432). Je kunt ook om advies
vragen bij of het AMK (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) bellen:
0900 – 123 123 0 (5 ct p/minuut) (tussen 09:00 – 17:00 uur).
Het kan zijn dat je vermoeden niet klopt, maar dat geeft niet. Baat het niet dan schaadt het niet. Als er wel sprake is van mishandeling, kun je samen de volgende stap bespreken. Bijvoorbeeld praten met een vertrouwenspersoon op school of het AMK bellen.

